Home > Nalatenschap > Maaltijd op kosten van de nalatenschap kan leiden tot zuivere aanvaarding
Maaltijd op kosten van de nalatenschap kan leiden tot zuivere aanvaarding

Maaltijd op kosten van de nalatenschap kan leiden tot zuivere aanvaarding

Op 8 april 2014 heeft het hof Den Haag geoordeeld dat het op kosten van de nalatenschap nuttigen van een maaltijd kan leiden tot zuivere aanvaarding.

Hoe zat het ook alweer?

Een erfgenaam heeft na het openvallen van een nalatenschap de volgende mogelijkheden:

  1. Zuiver aanvaarden;
  2. Beneficiair aanvaarden;
  3. Verwerpen.

Hieronder volgt een toelichting op deze mogelijkheden.

Zuiver aanvaarden
Ingeval van zuiver aanvaarden worden de eventuele schulden van de overledene door de erfgenamen gezamenlijk gedragen en voldaan, ook wanneer de schulden de baten van de nalatenschap overtreffen. De erfgenamen zijn dus ook met eigen middelen (privé) aansprakelijk voor het deel van de schulden dat eventueel niet uit de erfenis kan worden betaald.

Beneficiair aanvaarden
Dit betekent dat de erfgenamen niet met hun “eigen” vermogen aansprakelijk zijn voor de schulden van de nalatenschap. Schuldeisers van de overledene kunnen zich dan alleen verhalen op goederen die tot de nalatenschap behoren. De nalatenschap moet bij deze wijze van aanvaarding in beginsel volgens strikte en formele regels worden afgewikkeld (de wettelijke vereffening).

Verwerpen
Door verwerping komen alle aanspraken op de erfenis met terugwerkende kracht te vervallen: de erfgenaam die verwerpt wordt geacht nooit erfgenaam te zijn geweest. Het erfdeel van iemand die verwerpt wordt dan bij wijze van ‘plaatsvervulling’ verkregen door zijn kinderen en wanneer er geen kinderen zijn, door de overige erfgenamen. (Bij testament kan van deze wettelijke regeling worden afgeweken).

Een nalatenschap kan door een erfgenaam echter alleen beneficiair worden aanvaard of verworpen indien de betreffende erfgenaam geen daden van zuivere aanvaarding heeft verricht. In art 4:192 lid 1 BW is bepaald: “Een erfgenaam die zich ondubbelzinnig en zonder voorbehoud als een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam gedraagt, aanvaardt daardoor de nalatenschap zuiver, tenzij hij zijn keuze reeds eerder heeft gedaan”. Cruciaal is de vraag welke gedragingen tot een zuivere aanvaarding leiden.

Bij de betreffende uitspraak van het hof was de casus als volgt:

De nalatenschap van erflaatster is op 9 maart 2008 opengevallen. Later op die dag hebben twee van de drie erfgenamen, tezamen met hun partners, gegeten in een restaurant. De rekening van € 119,- hebben zij ten laste van de nalatenschap voldaan. De derde erfgenaam, die een vordering op de nalatenschap had, betoogt dat hieruit ondubbelzinnig kan worden afgeleid dat de twee erfgenamen de nalatenschap van erflaatster zuiver hebben aanvaard. Deze erfgenamen verweren zich met de stelling dat zij slechts een eenvoudige maaltijd hebben genuttigd op de dag van het overlijden, op welke dag zij de uitvaart hebben geregeld, waaronder begrepen het verzamelen van adressen, het schrijven van enveloppen, het uitzoeken van een kist en het uitzoeken en bestellen van bloemen.

Het hof is van mening dat het gezamenlijk eten bij gelegenheid van de voorbereiding van de uitvaart van erflaatster kan niet worden aangemerkt als een daad van beheer. Niet valt in te zien dat het gezamenlijk eten met hun partners kan worden aangemerkt als een beheershandeling ten behoeve van de nalatenschap. Het hof overweegt daartoe onder meer dat onder het oude erfrecht niet als een daad van aanvaarding werd beschouwd: 1) daden inzake de begrafenis, 2) het houden van toezicht, 3) daden dienende tot bewaring of om de nalatenschap bij voorraad te beheren. Naar het oordeel van het hof kunnen deze daden ook onder het huidige erfrecht niet worden aangemerkt als een daad waardoor de nalatenschap zuiver wordt aanvaard op grond van artikel 4:192 lid 1 BW. Hoe gering het bedrag ook in hun ogen is, de erfgenamen in de casus hebben gelden van de nalatenschap  verbruikt ten eigen behoeve en er aldus als heer en meester over beschikt. Naar het oordeel van het hof hebben de erfgenamen de nalatenschap van erflaatster door hun gedragingen mitsdien zuiver aanvaard. Het gevolg hiervan is dat de erfgenamen verplicht zijn om eventuele schulden van de nalatenschap krachtens artikel 4:184 lid 2 letter a BW uit hun eigen vermogen te voldoen. Hof Den Haag 8 april 2014, nr 200.121.589 (GHDHA:2014:1799)

Ten gevolge van de economische crisis neemt het aantal negatieve nalatenschappen toe. Het wordt daardoor steeds belangrijker om te weten op welke wijze een nalatenschap is aanvaard. Het eigen vermogen van een zuiver aanvaard hebbende erfgenaam vormt immers een verhaalsobject voor de schuldeisers van de nalatenschap (art. 4:184 lid 2 BW).

De vraagt waarom het systeem van de beneficiaire aanvaarding niet als ‘basis’ zou kunnen dienen wordt dan ook steeds vaker gesteld. Vooralsnog wil de wetgever daar echter niet aan.

Dient u als erfgenaam een keuze uit te brengen omtrent het aanvaarden van een nalatenschap. Neem dan goed in ogenschouw dat de extra werkzaamheden die de wettelijke vereffening door de beneficiaire aanvaarding met zich mee zullen brengen in schil contrast zullen staan met de ellende die een eventuele uitwinning van privé goederen door schuldeisers van de nalatenschap tot gevolg zal hebben bij een (achteraf) ongewenste zuivere aanvaarding.

  • LinkedIn
  • Facebook
  • Twitter
  • Google Plus
  • del.icio.us
  • email
  • PDF
  • Print
Naar boven scrollen